Het zat eraan te komen, de vraag was: wanneer. Nou, een paar weken geleden dus. Poppy, onze oudere Leonberger, werd langzamer, was snel buiten adem, hijgde veel meer en was heel aanhankelijk… eigenlijk symptomen die horen bij een senior. Maar dat ze toch zo plotseling zou overlijden, had ik niet zien aankomen.
Of Keesje het wist, weet ik natuurlijk niet, maar wat ik wel weet is dat ze er heel erg van geschrokken was. Zij was erbij. Ik niet. En toen ik thuiskwam en Poppy daar vond, was Keesje volledig in paniek.
Nou is het niet de eerste keer dat ik afscheid moet nemen van een hond. Ik heb mijn portie wel gehad de afgelopen jaren. Voor Keesje was dit de eerste keer. En het is bijzonder om te zien hoe elke hond hier weer anders op reageert. Ik heb in het verleden gezien dat honden helemaal niet meer keken naar de overleden hond die in de kamer lag. Het leven ging voor hen gewoon door alsof het de normaalste zaak van de wereld was. Deze keer niet. Deze keer gingen zowel Keesje als Holly steeds kijken en snuffelen.
We hadden Poppy de gang in getild en beide honden wilden op een gegeven moment opeens juist daar níet meer naar binnen. Zou het de relatie zijn die de honden met elkaar hadden, de manier waarop ze met elkaar omgingen, de gevoeligheid van het individu of het verdriet dat ze van ons voelden? Wie zal het zeggen.Beide honden waren duidelijk van slag en er heerste een grote leegte. En vooral veel verdriet. Natuurlijk ook van ons. De sfeer was low en het was duidelijk merkbaar dat iedereen zwaar aangeslagen was.
Het vervelende was dat ik een paar dagen erna naar het buitenland moest. De eerste week leek dit wel aardig te gaan met Keesje, maar opeens wilde ze helemaal niks meer. Niet lopen, eten, drinken, plassen. Gewoon helemaal niks. Ze had zich verstopt achter in haar bench en kwam er niet meer uit. Het leek wel alsof ze het leven had opgegeven.
Natuurlijk denk je tegelijk ook dat het medisch zou kunnen zijn: heeft ze iets ingeslikt wat ergens vastzit? Heeft ze pijn? Is ze ziek? Er gaat van alles door je hoofd. Gelukkig konden we overleggen met de dierenarts en het geven van pijnstillers leek iets te helpen. Toch zat het me niet lekker en bleef de gedachte dat het mogelijk een heftige depressie zou kunnen zijn.
Ik heb toen besloten om de eerste vlucht naar huis te nemen. Gelukkig reageerde ze positief toen ik thuiskwam. Kwam dit door de pijnstilling of doordat ik er weer was? De dagen daarna knapte ze zichtbaar op. Elke dag werd ze weer een beetje meer zichzelf. Misschien had ze pijn, maar ik had het gevoel dat haar verdriet toch de boventoon voerde. Ik had dit nog nooit meegemaakt.
Rouw is een heel bijzonder iets. Ik heb al zoveel soorten rouw gevoeld. Bij mijn honden en bij mijzelf. Kan je zeggen dat het ene rouwmoment zwaarder is dan het andere? Ja! Het hangt helemaal af van de relatie die je had met elkaar. Het overlijden van een hond kan zelfs heftiger voelen dan wanneer een mens overlijdt. En daar hoef je je niet schuldig over te voelen. Want je gevoel is wat JIJ voelt. Dat heeft alles te maken met de band die je met elkaar had. Daar kan niemand over oordelen. Met elke hond en met elk persoon is dat nou eenmaal verschillend. En wat mij betreft hoef je dit ook helemaal niet te vergelijken. Elke situatie is uniek.
Daarnaast is de energie die zo gewoon was in huis helemaal door de war gegooid als er opeens een ziel niet meer is. Alsof iedereen weer opnieuw een plek moet vinden in een nieuwe setting. De gewoontes zijn opeens anders geworden. Feitelijk verandert alles en moet iedereen daar opnieuw een plek in vinden. Voor de hond en ook voor de mens.
Rouw is niet een kwestie van verwerken, het is iets waar je mee moet leren omgaan. De ene dag gaat het beter dan de andere. En dat geldt ook voor Keesje.
Ik heb de tent opgezet in de tuin, omdat ze samen kamperen zo gezellig vond een paar weken geleden. En daar slapen we voorlopig samen elke avond. Gewoon om even iets leuks te doen naast natuurlijk de dagelijkse normale dingen. Want ik denk dat de gewone dingen blijven doen en niet te veel afwijken juist ook kan helpen. Waarbij we met z’n vieren langzaam onze weg weer proberen te vinden zonder Poppy.
Het lijkt te werken. Elke avond komt Keesje me ophalen. Met haar dikke dropneus duwt ze tegen mijn arm en kijkt ze me vragend aan. Als ik vraag of ze wil kamperen, dan begint ze enthousiast met haar hoofd te schudden, met een grote JA!, en huppelt ze naast me de tuin in naar de tent. Daar liggen we dan… samen. Ik op mijn kampeerbedje en zij ernaast, tegen me aangedrukt.
Ik denk dat het wel weer goed gaat komen met Keesje...